Home Praktijk Gezelschapsdieren Paarden Webshop Contact Nieuws
                   
     
 
home > gezelschapsdieren              
Gezelschapsdieren Voedingsadviezen
Behandelingen
Vaccineren
Paspoort
Chippen
Voeding
Vlooien / luizen
Spoed en EHBO
Waardig afscheid
Konijn Hond Fret Hamster
Cavia Kat Papegaai  

Koniijn
Het maagdarmkanaal van konijnen is afgestemd op de vertering van grote hoeveelheden vezelrijk materiaal. Konijnen hebben veel behoefte aan ruwvoer zoals hooi. Dit dient dan ook altijd voldoende aanwezig te zijn. Vers drinkwater spreekt voor zich. Wat veel mensen niet weten is de beperkte behoefte aan korrelvoeding. Ongeveer 20 gram korrelvoeding per kilo is ruim voldoende voor een konijn. Te veel korrelvoeding geeft overgewicht en kan maagdarmstoornissen veroorzaken. Verder is een konijn ook blij met af en toe een stukje appel, wortel, brood en groenvoer. Ten alle tijden moet voorkomen worden dat men bedorven voer geeft.

 Een konijn produceert 2 verschillende soorten keutels. Een van de twee soorten (deze is wat donkerder van kleur en deze keutels zijn wat kleiner, zitten als een trosje aan elkaar) bevat grote hoeveelheden vitaminen, aminozuren (van belang voor de eiwitvorming) en speciale vetzuren. Deze "speciale" keutels zijn van groot belang voor het konijn en worden direct vanuit de anus opgegeten. Een konijn vormt te weinig of geen van deze "speciale" keutels als het te weinig vezelrijk voer krijgt.

Ook voor een goede werking van het maagdarmkanaal en een goede afslijting van tanden en kiezen is het van groot belang dat het konijn veel vezelrijk voer krijgt.

  Een konijn mag:
a. zoveel hooi eten als het wil, het liefst elke dag een nieuwe verse pluk, als ze er eenmaal hebben opgezeten of erover hebben geürineerd dan gebruiken ze het als bodembedekking, ze eten er dan te weinig van voor een optimale spijsvertering; gras mag een konijn ook veel eten, niet ineens heel veel eerst even opbouwen (nooit afgemaaid gras geven i.v.m. gistingsgevaar);
b. maximaal 30 gram pellets per kg lichaamsgewicht per dag;
c. geen gemengde granen of peulvruchten;
d. geen plotselinge dieetwijzigingen ondergaan (dus niet 1x per week een grote hoeveelheid groenvoer, maar elke dag ongeveer dezelfde hoeveelheid);
e. geen kool, sla, komkommer, tomaat, klaver, zacht fruit (i.h.a. geen groentes met hoge vochtgehaltes);
f. diverse soorten groenten, bijv. :boerenkool, bloemkoolblad,bietenloof, wortel + loof, lof, andijvie. paardenbloemblad, weegbree, wortelen, appels, beuk en wilg, broccoli, basilicum, erwtendoppen, koriander,  peterselie, radijs, selderij, spruitjes;
g.  Konijnen kunnen goed uit een drinkfles drinken, zo hebben ze altijd schoon drinkwater ter beschikking. Er een aantal konijnen die de tuit van de drinkfles volstoppen met gekauwd voer, zodat deze verstopt raakt. Dus als de drinkfles niet leeggedronken wordt kan het zijn dat deze verstopt zit;
h. Sommige konijnen vinden het geluid van het balletje in de drinkfles erg leuk en zijn hier de hele dag mee aan het spelen. Hierdoor kunnen ze teveel water binnen krijgen een aan de diarree gaan. De oplossing bij deze konijnen is een drinkbak neer te zetten, deze zult u een aantal keer op een dag moeten verschonen.

Cavia
Cavia’s zijn herbivoren. Ze hebben behoefte aan een gevarieerde maaltijd, bestaande uit groenvoer, fruit, ruwvoer en korrelvoeding, aangevuld met vitamine C, omdat de cavia dat niet zelf kan aanmaken.
Groenvoer en fruit (andijvie, gras, sla, appel of sinaasappel) moeten dagelijks vers gegeven worden. Kool kan gasvorming in de darmen veroorzaken en is derhalve minder geschikt. Ten alle tijden moet er voldoende ruwvoer (hooi van goede kwaliteit) aanwezig zijn. Daarnaast moet er dagelijks 20-25 gram korrelvoer per dag in een stenen bakje gegeven worden. Liefst staat dit bakje op een verhoging, zodat er geen ontlasting in komt. De benodigde hoeveelheid vitamine C per dag is een half tabletje van 25 mg. Drachtige cavia’s mogen de dubbele hoeveelheid

Papegaai-achtigen
Papegaai-achtigen hebben speciale voedingsbehoeften  Onderstaand schema geeft een goede richtlijn voor een evenwichtige voeding Voorbeeld dagmenu:

's morgens 's avonds
1 eetlepel eivoer (bv cede-eivoer)
1 eetlepel brinta
1 eetlepel zaadmengsel
1-2 eetlepels zaadmengsel
+ versnaperingen.
Dit aanmengen met water tot een korrelige, rulle massa. Indien nodig op smaak brengen met Carvan Cevitam o.i.d. Alléén als het voer van 's morgens vrijwel geheel is opgegeten. Indien nodig kunnen medicijnen of extra vitaminen door het voer gemengd worden.

Geschikt voer voor Papegaai-achtigen:

Type Samenstelling
Zaden: Mengsel papegaaienvoer en parkietenvoer 1:1 (Maximaal 20% zonnepitten en pinda's)
Zachtvoer: Cede-eivoer of parkieten- of kanarie-opfokvoer
 Fruit en groente: Alle soorten. (Met name van belang voor de Amazonepapegaai.)
Vlees:  Niet te vet af en toe b.v. 1 -2 maal per week een stukje of ook botten of stukjes vis.
Versnapering : Stukje ei, kaas, gekookte vis, korstje droog brood. (Géén zoete versnaperingen)
Wilge-of fruitboomtak: Liefst altijd in de kooi.
 Duivengrit / kiezel : In apart bakje altijd in de kooi.

Variatie is belangrijk, maar zachtvoer is een essentiële aanvulling op het totale dieet en een papegaaiachtige/kakatoe MOET hiervan een eetlepel per dag opeten.

Hond
De tijd dat honden “met de pot” meeaten en daardoor een onevenwichtige voeding kregen ligt ver achter ons. Er is steeds meer bekend over de voedingsstoffen die een hond nodig heeft en de juiste verhouding waarin ze gegeven moeten worden. Een goed hondenvoer zal aan deze eisen voldoen en bovendien zal het zo zijn samengesteld dat de voedingsstoffen goed worden opgenomen in het korte spijsverteringskanaal van de hond. Natuurlijk moet het voer ook smakelijk zijn. Tijdens de groei van een hond verdient de voeding onze extra aandacht. Voeding speelt namelijk een belangrijke rol bij het voorkómen van orthopedische problemen. Bij orthopedische problemen denken we o.a. aan heupdysplasie (HD), elleboogdysplasie (ED) en osteochondrosis dissecans (OCD).

Heeft uw hond medische problemen die een aangepast voer noodzakelijk maken, dan kan een dieetvoeder uitkomst bieden:

  • Zo is er onder andere een energiebeperkt dieet voor honden die leiden aan overgewicht;

  • Ook voor bepaalde types huid- en spijsverteringsproblemen en voor honden met een verminderde nierfunctie of blaasgruisproblemen kunnen aangepaste voeders voorgeschreven worden die de klachten beperken.

 Informeer bij uw dierenarts naar deze speciale producten.

Kat
Alleen vlees of vis voeren kan leiden tot tekorten. Met de pot meeëten is ook niet aan te bevelen. Hondenvoer is niet geschikt voor de kat en kan op de langere duur tot tekorten leiden. Geef ze daarom als basis een uitgebalanceerde kattenvoeding, die alle benodigde voedingsstoffen in de juiste verhouding bevat. Omdat katten nogal kieskeurig zijn, is ook de smaak van het voer belangrijk.

Heeft uw kat medische problemen die een aangepast voer noodzakelijk maken, dan kan een dieetvoeder uitkomst bieden:

  • Zo is er bij voorbeeld een energiebeperkt dieet voor katten die leiden aan overgewicht. Ook bij huid- en spijsverteringsproblemen kunnen aangepaste voeders soms verbetering geven;

  • Voor katten met een verminderde nierfunctie of met blaasgruisproblemen bestaan dieetvoeders die de klachten verminderen en zo bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van het dier.

Informeer bij uw dierenarts naar deze speciale producten.

Hamster
Hamsters zijn van nature alleseters (omnivoren). Ze moeten altijd voer ter beschikking hebben. Verwijder wel eventuele voedselresten en voorraden die ze aanleggen, deze bederven snel. Naast speciaal hamstervoer (muizen- of rattenvoer mag ook) mogen ze als lekkere (verse!) tussendoortjes hebben bijvoorbeeld:

Type Samenstelling
Groenvoer: zoals gras, paardebloembladen
Groenten en fruit: sla, appel, rozijnen en wortels
Zaden: zonnebloempitten, pinda's en maïs
Melkproducten: kaas en yoghurt
Vlees: rauw vlees (geen kip!), meelwormen of kattenbrokjes
Knaagtakjes: van de wilgenboom of de beuk

Natuurlijk moet er altijd vers water klaar staan.
Niet geven: rauwe bonen, aardappelkiemen, groene delen van aardappel, tomaten en goudenregen.

Fret
Het darmkanaal van een fret is véél minder efficiënt in de opname van voedingsstoffen dan dat van onze andere huisdieren. Een goede voeding daarom essentieel voor de gezondheid van een fret. Het is belangrijk voor het goed functioneren van alle organen en het opbouwen van een effectief immuunsysteem.

Fretten hebben een voeding nodig met hoog eiwit- en vetgehalte van dierlijke oorsprong en een zo laag mogelijk koolhydraat- en vezelgehalte.Vezels zoals aanwezig in fruit en groentes worden niet verteerd! De aanwezigheid zal de voedingswaarde van het voedsel verlagen. Honden- en kattenvoer is NIET geschikt voor een fret. Gebruik uitsluitend speciaal frettenvoer.

Fretten zijn zeer kieskeurig!
De meeste fretten hebben een duidelijke smaakvoorkeur ontwikkeld en verwachten hun vertrouwde voer in hun bakje en NIETS anders. Ze trekken hun neusje op voor elke verandering van voer. Het is daarom vaak zeer moeilijk om de fret om te schakelen op een kwalitatief beter voer. Geleidelijk overschakelen door nieuwe brokjes bij de oude te voegen is meestal gedoemd te mislukken. De fretten laten het nieuwe voer gewoon liggen of graven net zolang in hun voederbakje tot al het nieuwe voer eruit ligt en eten alleen de oude brokjes. Een totale omschakeling is meestal het beste. Het kan helpen om Nutri-plus gel of Ferretone over de nieuwe brokjes te smeren om deze aantrekkelijker te maken. Als de fret echter al een paar dagen weigert te eten kan het mogelijk helpen om met water een brij te maken van het oude en het nieuwe voer. Voeg hier iets wat hij erg lekker vindt aan toe (Ferretone, Nutri-plus gel, slagroom, boter). Geef het lekker opgewarmd. Verhoog in deze brij geleidelijk het aandeel van het nieuwe voer.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                   
                   
                   
            Spoedtelefoon:  0495 - 521 966